Het magische oord waar ik je over ga vertellen bestaat echt. In jou, in mij en in de dieren, planten en sterren.
Jouw binnenwereld is zo magisch omdat het lijkt alsof dit mini universum alleen binnen de grenzen van jouw huid bestaat. Maar dat is niet zo. In werkelijkheid is jouw privé melkwegstelsel één van de vele melkwegstelsels in het oneindige universum.
Hoe cool is dat?
In jouw binnenwereld is alles mogelijk. Je kunt er met dieren praten, meezwemmen met de dolfijnen, in de lucht cirkelen boven een bergtop en je kunt er een ander aan het lachen maken.
In die wereld weet iets alles. Het is een vorm van magisch weten die in de dagelijkse realiteit van kantoren, banken en nare nieuwsberichten ontkent en onderdrukt wordt.
Dat magisch weten is verbonden met waar we vandaan komen, wie we zijn en met wat ons verbindt.
Een walnoot lijkt niet per ongeluk op onze hersens en de oersoep waarin de bevruchting van nieuw leven plaatsvind lijkt niet zomaar op de kosmos.
Iets is de bedoeling.
Een cirkelend ritme met een liefdevolle hartslag en een diep respect voor alles wat leeft.
Ik voel me er thuis. Hier kan ik ontspannen.
Herken je dit? Waarschijnlijk wel. Anders was je al gestopt met lezen.
Heb je tot hier doorgelezen, dan herken je waarschijnlijk iets in wat ik schrijf. Misschien alleen nog heel in de verte. Dit weten is geen intellectueel weten. Het gaat om voelen en meer dan dat. Diep in je herinnering wordt iets wakker. Iets in jou weet dit nog.
Onze binnenwereld. Als kind zijn we er zo mee verbonden dat er geen verschil is tussen binnen en buiten. De wereld is nog een warm kloppend geheel. Non-dualisten zullen je weten te vertellen dat er daadwerkelijk geen verschil is tussen buiten en binnen. Dat laten we nu even voor wat het is. Ik wil het met je hebben over hoe het voelt. Of voelde. Lang geleden.
Echt thuis komen is thuis komen in je binnenwereld. Weten dat het klopt. Dat jij klopt. Dat je er toe doet. Dat je erbij hoort. Dat -ondanks wat jou allemaal wijs gemaakt is en ondanks dat jijzelf heel hard weg rende voor de magie in jou- jouw weten nog steeds bestaat. Dat komt omdat jouw weten niet werkelijk van jouw is. Het is een universeel, tijdloos, magisch weten.
Dus wat je ook doet, hoe hard je haar ook ontkent. Ze is en blijft.
In de tijd dat ik haar ontkende was ik vaak depressief. Ik voelde me verloren en eenzaam. Ik was de weg kwijt. Deed erg mijn best te passen in een wereld waarin ik me niet thuis voelde. In de ogen van anderen herkende ik soms iets van mijn eigen verdwaald zijn. Dat zoeken en niet kunnen vinden. Het harde oordelen over dat wat we zelf noemen.
Terwijl ook dit zelf niet van jouw is. Ook niet van mij trouwens. Het is zoveel groter, zoveel slimmer dan wij allemaal bij elkaar.
Toen ik dat ontdekte wist ik hoe bizar het was om zo ongenadig negatief te zijn over mijzelf. Mijn zelf.
Die negativiteit en het harde oordelen is natuurlijk allemaal uit te leggen. Moeilijke jeugd enzo. Maar daar wil ik in dit schrijfsel niet naar toe.
Ik wil daar juist uit te voorschijn komen. Want het is beperkend. Het probeert me gevangen te houden.
Thuis komen is binnen stappen in je binnenwereld. Door een wormgat naar herinneringen aan dinosaurussen en oermensen. Wildheid en rauwheid. Grenzeloos en onbeschermd. Het ritme wordt bepaald door de zon en de maan, de bewegende zeeën en wolken. Geboren worden, gegeten worden.
Vleugelslagen en zwarte gaten. Diepe wortels en lava. Golven zo groot als een huis. Opslokkend en terug gevend.
Thuis komen geeft het ego rust. Hoeveel geld ik heb, of juist niet, de kleur van mijn huid of met wie ik naar bed zou willen, het doet er allemaal niet toe. We zijn allemaal een breisteek in een deken die nooit af is. We houden elkaar vast.
Krijgt één van de steken zoveel last van gevoelens van superioriteit of minderwaardigheid dat ie zich niet meer thuis voelt in het breisel dan trekt dat andere steken mee, de deken krijgt gaten en rafels. Dat is vaak wat gebeurt wanneer we opgroeien en volwassen worden.
Ik zeg hier niks nieuws. Dat weet ik. Ik leg geen ei. Ik ben niet bijzonder slim. Waar anderen over feitenkennis beschikken zit ik vooral met een volle emmer gevoel. Emotionele en energetische intelligentie heeft weinig aanzien. Maar er begint iets te veranderen. Eindelijk.
Ik ontkende mijn binnenwereld zo lang mogelijk. Ik schaamde me voor al dat gevoel, al die dromen. Ik leerde al heel jong dat ik beter kon doen alsof die binnenwereld niet bestond. Dat weten van mij werd door de mensen om me heen als bedreigend ervaren. Dat begrijp ik terugkijkend heel goed. Wat ik op een magische manier wist, probeerden anderen juist angstvallig verborgen te houden. Ik was een spelbreker. Een stoorzender.
“Hoe kan jij weten wat ik voel zonder dat ik dat zelf weet” was een vraag die ik vaak naar mijn hoofd geslingerd kreeg.
Dus stopte ik met vliegen, dansen en bomen klimmen.
Ik werd normaal.
Herken je dit? Ik denk het wel.
Maar omdat magisch weten zo’n belangrijk onderdeel uitmaakt van wie ik ben wist het me in te halen. Gelukkig.
De herinnering aan mijn binnenwereld werd wakker door het werken met roofvogels. Dicht in de buurt van deze oerwezens, deze koninklijke dieren, herinnerde ik me plots alles wat ik had los gelaten. Een speelse blijheid en een diepe bescheidenheid. Een groot gevoel van vrijheid ook.
Er is niet zoveel verschil tussen denken dat je superieur bent en gevoelens van waardeloosheid. Beiden zijn een teken van vergeten. Van het kwijt zijn van de verbinding met weten.
Misschien helpt het als je mijn woorden probeert te voelen in plaats van te begrijpen.
Magisch (of intuïtief) weten is gebaat bij bescheidenheid. Het is niet de bedoeling dat je van de daken schreeuwt wat je allemaal weet. Nee.
Dit weten is er om je empathie en je liefde te laten groeien. Om te zijn met wat is. Net als de zon, onvoorwaardelijk en zonder oordeel.
Het is er niet om de wijsneus te kunnen uithangen.
Het duurde een tijdje voor ik dat door had.
Samen deken zijn.
Draaien, dansen, vliegen. Dat is hoe ik wil leven. Mogen voelen wat ik voel. Magie als middelpunt van alles. Toveren. Door de jungle slingeren. Hardop lachen en naakt in zee zwemmen. Slapen en glinsteren. Een arm om de schouders van een vriend. Woordeloos begrip. Stilte creëren in druk gekwetter. Meedraaien met de planeten en tegelijkertijd stoppen met rennen.
Sinds ik mijzelf toesta om zo te leven heb ik me nooit meer eenzaam gevoeld. Ik durf eindelijk te vertrouwen op dat wat onzichtbaar is. Ik open mijn leven voor magie terwijl ik tegelijkertijd stevig met mijn voeten in de blubber sta. Modderige vrijheid. Zo voelt het. Ik slaap beter en lach vaker. Ik ben blij en trots. Op jou, op mij, op dat schitterende weten.
Lang leve onze twinkelende binnenwerelden waarin we als onbezorgde kinderen mogen rondhollen. Lang leve het magisch weten.
Wat vind jij?
In welke van de onderstaande gedachten herken jij het meest jezelf?
"Ik leerde al vroeg om te doen alsof mijn binnenwereld er niet was, om maar 'normaal' te zijn."
"Ik voel soms iets dat ik niet kan uitleggen of bewijzen, en toch weet ik dat het klopt."
"Ik ben zo gewend om vanuit mijn hoofd te leven, dat ik bijna vergeten was hoe het voelt om gewoon te voelen."
Foto: Marek Piwnicki
Reactie plaatsen
Reacties