Ik sta voor een muur. Achter die muur ligt alles waar ik naar verlang: mijn diepste zelf, mijn blijheid en levenslust, verbinding, bezieling. Vrijheid ook. De vrijheid om volledig mezelf te mogen zijn.
In de muur zit een kleine deur. Door een kier zie ik een gouden licht en een tuin vol magie en wonderen. Ik weet: dit is waar ik thuis hoor. Dit is waar mijn ziel woont.
Toch stap ik niet door de deur.
Ik zie vooral de muur. Ik voel me klein en onzeker. Ik ben onder de indruk van de zware stenen waaruit hij is opgebouwd. En iets in mij fluistert: misschien hoort wat daarachter ligt wel verborgen te blijven.
Maar het verlangen wordt groter en groter. Mijn binnenwereld roept.
De bouw van de muur
Lang heb ik mezelf bestempeld als te gevoelig. Als klein meisje voelde ik álles: de bomen, de dieren, de mensen om me heen. Vooral wat niet gezegd werd, was voor mij luid en duidelijk aanwezig. En naast alles wat ik van buiten oppikte, had ik ook nog mijn eigen gevoelens.
Al jong begreep ik dat mijn rijke gevoelsleven ruimte innam die er blijkbaar niet voor mij was. Mijn emoties zaten anderen in de weg. Nu begrijp ik dat, maar destijds was het vooral verwarrend. Als kind ben je wat je voelt. Er is verder niets dan dat. Dus als dát er niet mag zijn, wat blijft er dan over?
Daar begon voor mij het bouwen van de muur. Ik moest sterk zijn, niet zo moeilijk doen. Maar met het wegduwen van mijn binnenwereld verdwenen ook mijn levenslust, mijn blijheid en mijn creativiteit. Het duurde ruim een halve eeuw voor ik begreep dat juist mijn gevoeligheid mijn grootste kracht was. Dat mijn talenten — compassie, intuïtie — onlosmakelijk verbonden waren met wat zich laat voelen.
Een patroon van generaties
Generaties lang zijn we grootgebracht met de boodschap dat gevoelens ingewikkeld en lastig zijn. Niet omdat onze ouders of grootouders slechte bedoelingen hadden, maar omdat niemand hen de waarde van gevoelens liet zien. Ook zij waren druk bezig een muur te bouwen rondom hun binnenwereld.
Zo groeide de overtuiging dat er achter die muur een monster zat. Dat als je de deur zou openen, je zou verdrinken in verdriet, gek zou worden van woede, of nooit meer overeind zou komen van pijn.
Het is dezelfde angst die eeuwenlang leidde tot het vervolgen van vrouwen. Heksen werden niet verbrand omdat ze mal gevonden werden, maar omdat men bang was voor hun kracht. Hun gevoeligheid, wijsheid en intuïtie werden gezien als gevaarlijk. En dus moest het onderdrukt, belachelijk gemaakt en vernietigd worden.
Mijn eigen keerpunt
Ik weet hoe het voelt om jarenlang je gevoelens weg te drukken. Om niet te luisteren naar de wijsheid van je ziel. Tot op een dag mijn lichaam de stekker eruit trok en ik in een burn-out belandde. Mijn systeem kon de deur niet langer gesloten houden. Ik was uitgeput van het sterk zijn en het metselen van mijn muur.
Er was geen andere weg meer dan voelen.
En wat bleek?
Dat monster waar ik zo bang voor was, bleek helemaal niet te bestaan.
De olifant
Het doet me denken aan hoe, in sommige landen, jonge olifanten worden getraind. Een kleintje wordt met een ketting aan een paal vastgezet. Hij trekt en rukt, maar komt niet los. Hij leert: dit is mijn grens. Tot hier en niet verder.
Jaren later is hij volwassen, sterk genoeg om zonder moeite de hele paal uit de grond te trekken. Toch doet hij dat niet. Want hij gelooft nog altijd dat zijn reikwijdte afhankelijk is van de lengte van het touw.
Wij zijn die olifant. Onze overtuigingen houden ons klein. Maar de regels achter deze overtuigingen werden nooit geschreven om ons tot bloei te laten komen. Ze werden geschreven om ons binnen de perken te houden.
En dat mag nu stoppen.
Emoties als boodschappers
Ik ontdekte dat mijn gevoelens geen bedreiging waren, maar een perfecte bron van informatie. Dat wat mijn lichaam liet voelen, bezat meer waarheid dan al mijn gedachten bij elkaar.
Neem nou boosheid. Ik had mezelf wijsgemaakt dat boos zijn fout was. Maar toen ik die boosheid durfde te voelen, ontdekte ik dat ze me simpelweg wees op mijn grenzen: dit wil ik niet, dat wil ik wel.
Gevoelens worden pas ingewikkeld wanneer we ze met ons hoofd proberen te begrijpen. Wanneer we gaan analyseren en duiden. Gevoelens willen vooral gevoeld worden. Niet bedacht.
De bron van onze levenslust
Het wordt tijd dat we de lading van emoties afhalen. Dat we ophouden elkaar wijs te maken dat huilen zwak is, dat gevoeligheid onhandig is, dat je je gevoelens moet wegdrukken om serieus genomen te worden. Laten we ophouden ons te verontschuldigen voor onze tranen. Huilen is, net als zweten, gewoon een mechanisme van het lichaam om iets eruit te gooien. Dat is niks om je voor te schamen. Integendeel!
Het gevoel van bezieling, de zin van het leven, het besef dat we ertoe doen — het ligt allemaal in onze binnenwereld. In die prachtige tuin vol licht en wonderen.
Onze gevoeligheid is geen zwakte, maar de bron van onze levenslust en creativiteit.
Onze emoties zijn geen last, maar richtingaanwijzers.
Alles waar we naar verlangen, is er al.
We hoeven alleen maar de deur door te gaan.
Wat vind jij?
In welke van de onderstaande gedachten herken jij het meest jezelf?
"Ik ben bang dat als ik mijn gevoelens toelaat, ik erin verdrink en niet meer overeind kom."
"Ik vind het nog steeds eng om grenzen aan te geven en te zeggen wat ik echt wil, ook al weet ik hoe belangrijk dit is."
"Ik probeer mijn gevoelens vooral te begrijpen met mijn hoofd, in plaats van ze gewoon te voelen."
Foto: Tobias Bkorkli
Reactie plaatsen
Reacties